woensdag 30 september 2009

HOORCOLLEGE WEEK 4 - Reinder Rustema, maandag 28 september 2009




Bespreking gelezen literatuur en het gastcollege 

Manuel Castells, chapter 5: The Politics of the Internet I: Computer Networks, Civil Society, and the State.
In dit hoofdstuk onderzoekt Castells welke effecten internet heeft op hedendaagse sociale bewegingen. Castells toont hoe het Internet gebruikt is voor het mobiliseren van mensen om bepaalde politieke, religieuze of andere sociale doelen te steunen. Hij haalt hierbij de volgende voorbeelden naar voren: De Zapatista beweging in Chaispas, Mexico, de Falun Gong beweging in New York en het Direct Action Netwerk in Seattle. Vervolgens belicht Castells het voorbeeld van De Digitale Stad in Amsterdam (1994). Deze stad was oorspronkelijk opgezet als een experiment  om een elektronische dialoog op gang te brengen tussen de burgers van Amsterdam en het gemeentebestuur. Daarnaast was het een sociaal experiment in interactieve communicatie. Het project hield uiteindelijk geen stand maar Castells gelooft dat DDS het potentieel heeft laten zien dat zulke sociale netwerken kunnen hebben op politiek. Veel burgers hebben dankzij diverse projecten met betrekking tot netwerken en virtuele gemeenschappen op een positieve manier kennis kunnen maken met het internet. Helaas werden de oorspronkelijke doelen zoals ‘de kloof tussen de burger en politiek dichten’ en het meer globale ‘een betere wereld’ in mindere mate verwerkelijkt.

Gastcollege Reinder Rustema - Newropean, petities.nl en democratiespel.nl
Afgelopen maandag gaf Reinder Rustema (Universitair Docent Nieuwe Media aan de UvA, aangesloten bij Newropeans, bedenker van petities.nl en het democratiespel.nl ) ons een gastcollege. In zijn lezing vertelde Rustema even kort over De Digitale Stad en het doel van de DDS om politiek te verbinden met burgers door middel van het internet. Helaas moest hij concluderen dat DDS niet gelukt was in zijn doel (dit kwam ook in het artikel van Castells naar voren) maar voor hem een mooie aanleiding was voor verdere  initiatieven. Zijn volgende initiatief was petities.nl. Deze website heeft als doel het Nederlanders makkelijk te maken om een petitie te ondertekenen of te starten waar een antwoord op moet komen. Het leek Rustema interessant de papieren wereld van de petities, die erg omslachtig is, te koppelen aan het internet. Dit kunnen we zien als een remediatie. Vanwege Rustema’s ervaringen in de politiek werd hem duidelijk dat de ‘gewone burger’ geen idee heeft hoe de politiek werkt. Het besef van de burger in de politiek leek hem erg zinvol en dat was de reden om hier een spel voor te bedenken en uit te voeren. Deze ideeën komen samen in het democratiespel.nl. Een korte beschrijving: “Net als de politiek in Den Haag, maar dan alsof. Probeer je wet in het wetboek te krijgen,overtuig of blokkeer anderen, sluit allianties, net echt... Ontmoet gelijkgestemden en vijanden, stem over van alles, ontcijfer de onderlinge verhoudingen en maak al spelend een persoonlijk politiek profiel.” Rustema zegt dat de NOS in dit spel is geïnteresseerd met de reden dat zij af willen van de peilingen van Maurice de Hond. Zij willen vanaf onderop geluiden kunnen opvangen en ze willen andere clusters kunnen waarnemen dan dat nu het geval is. Het democratiespel wordt door Rustema gezien als een schaduw parlement. Een publieke sfeer waar het over politiek gaat.

Persoonlijke uiteenzetting
Rustema hoop dat het democratiespel zal leiden tot minder politieke partijen en dat er meer aandacht zal komen voor personen en hun issues. Of het echt zal doorwerken tot de ‘echte’ politiek is nu natuurlijk moeilijk te voorspellen maar het lijkt mij sterk. Vaak alleen de issues waar erg veel media aandacht voor is krijgen de aandacht binnen de politiek. Misschien wordt het een spel die uiteindelijk in zichzelf gekeerd is en maar weinig naar buiten communiceert. Het zou mooi zijn als het een breed publiek zou aanspreken zodat het een goede afspiegeling zou kunnen worden van onze maatschappij.

Verder heb ik het gastcollege geanalyseerd aan de hand van de handout: Making Good Arguments.

  • Door goed te presteren en te functioneren binnen het spel kan je bekend worden binnen de ‘echte’politiek (claim) Het democratie spel heeft een idols-achtige functie, je kan jezelf profileren. (warrent)  / (evidence) en (qualifications) ontbreken
  • De interface past zich doormiddel van logaritmes aan aan jouw stemgedrag (evidence) en hiermee kom je dichter bij de eigen politieke ‘groep’. (claim) Je weet sneller (qualification) welke issues er spelen binnen jouw interesse gebied (warrant)
  • De eventuele (qualification) botsing tussen de populisten van Geen Stijl en de mainstream kan (qualification) juist erg interessant zijn (claim). Dit kan een goed publiek debat opleveren. (evidence) Het spel levert juist punten op om tegen deze populisten te stemmen (warrant).  
  • Het aspect geld mist in het spel maar dit hoeft geen bezwaar te zijn voor het spel. (claim) De ministers moeten dit op het hogere niveau regelen en hier toezicht op houden. (warrant) Het spelen van het spel wordt met het aspect geld erbij te complex (evidence) / (qualifications) ontbreken

Literatuur
Castells, Manuel. Chapter 5: The politics of the Internet: Computer Networks, Civil Society, and the State, The Internet Galaxy. New York: Oxford University Press, 2005: 138-39

Castells, Manuel. Chapter 5: The politics of the Internet: Computer Networks, Civil Society, and the State, The Internet Galaxy. New York: Oxford University Press, 2005: 146-55

Democratiespel. Ed. Rustema, Reinder. 2009. 29 september 2009 <http://www.democratiespel.nl/>.

Petities. Ed. Rustema, Reinder. 2005. Ministerie van Binnenlandse Zaken. 29 september 2009 <http://www.petities.nl>.

Photoshop Beauty

Franse kruistocht tegen Photoshop
Fotografen in de mode-industrie komen er rond voor uit: er is tegenwoordig geen model meer dat niet is bijgewerkt met hulp van computerprogramma’s als Photoshop. Valerie Boyer, afgevaardigde van Sarkozy’s partij UMP, is nu een strijd begonnen tegen deze manipulatie van de werkelijkheid. Afgelopen week lanceerde ze een wetsvoorstel dat voorschrijft dat met de computer bijgewerkte foto’s voorzien worden van een onderschrift dat nadrukkelijk van de manipulatie melding maakt.

Dit artikel is geschreven door Victor van der Boom op Saturday, September 26th, 2009 en is terug te vinden onder In de pers, Marijn Kruk, Politiek, Trouw. 
 
 
 

 

WERKCOLLEGE WEEK 3

Tijdens het eerste deel van het werkcollege hebben we weer enkele nieuwe media actualiteiten besproken. Zelf had ik een artikel op internet gevonden waarin het gaat over twee onderzoeken met betrekking tot twitteren en bloggen (Van Bemmelen 2009). Het eerste onderzoek gedaan door professor Tracy Alloway, werkzaam aan de University of Stirling, concludeert dat Youtube en Twitter mensen dommer maakt. Alloway doet in het algemeen onderzoek naar het menselijk geheugen, en volgens haar beschadigt het gebruik van zowel Twitter als Youtube het geheugen. De aandachtspanne van de gebruikers wordt korter en het brein komt nauwelijks meer in actie. Het verkort de concentratieboog. Het tweede onderzoek beweert het tegenovergestelde (Thompson 2009). Andrea Lunsford van de Stanford University zegt dat we midden in de ontwikkeling van een nieuwe vorm van alfabetisme zitten. Jongeren schrijven tegenwoordig meer dan ooit, tekst is een belangrijk communicatiemedium. Door sites als Twitter en hun persoonlijke blog weten ze goed hoe ze voor een bepaalde doelgroep moeten schrijven. Hun kracht voor retorica is beter dan voorheen, ze schrijven immers voor en publiek dat ze moeten overtuigen. Persoonlijk denk ik dat er over beide onderzoeken wel iets te zeggen valt. Het lijkt alsof Alloway er vanuit gaat dat Twitter en Youtube de traditionele media gaan vervangen, ik denk niet dat dit het geval is. Het is eerder een toevoeging bij wat er al was. Helaas wordt Twitter in dit onderzoek maar van één kant belicht. Bij het onderzoek van Lunsford heb ik ook mijn twijfels, we schrijven dan wel meer maar schrijven we ook goed of beter? Of is kwaliteit in dit onderzoek geen maatstaf geweest? Als ik naar mezelf kijk breng ik mijn woorden toch anders op papier (beeldscherm) als ik een persoonlijke blog schrijf of als ik een academisch verslag schrijf. In het eerste geval denk ik toch minder goed over mijn woorden en de toon ervan na. De onderzoeken gaven mij een verfrissende blik op fenomenen als twitter, youtube en blogs.


Tijdens het tweede gedeelte van het werkcollege hebben we geluisterd naar het debat van groep 3: Dewie (voorzitster), Max & Charlotte (voor), Phebe & Claire (tegen). De stelling van deze groep was: "Voor downloaden van muziek moet voortaan betaald worden". Dewie begon met een inleiding om de stelling uiteen te zetten en daarna kreeg de voor partij het woord. Het beste argument die zij als voor partij in handen hadden was die van het Auteursrecht. Dit is een wet uit 1912 waar iedere Nederlandse burger zich aan dient te houden. De tegen partij ging op deze wet in door te beweren dat deze wet uit 1912 te oud was en diende te worden herzien. Maar het is en blijft toch een wet, hierover kan je niet te luchtig doen en het aan de kant wuiven. De partijen reageerden goed op elkaars argumenten het was naar mijn mening een minder passief debat dan vorige week. Wel was de rol van de voorzitter nog steeds op de achtergrond. Een enkele keer kon Dewie inspringen door een partij te vragen om uitleg. Het debat kwam vaak in persoonlijke sferen terecht en er werd regelmatig gebruik gemaakt van veralgemeniserende argumenten. Vervolgens kwam het debat terecht in een ronde redenering en waren lange spreeklengtes. Hier had de voorzitster kunnen ingrijpen en de argumentatie kunnen bewaken. Aan het einde van het debat vroeg de voorzitster beide partijen hun standpunt in één zin samen te vatten. Dit kan goed werken maar gezien de loop van dit debat had de voorzitster deze rol op zich moeten nemen. Ook deze week mistte ik de autoriteit van de voorzitster. Concluderend denk ik dat er een middenweg gevonden moet worden in het teveel ingrijpen van een voorzitter waardoor de spontaniteit van een debat weg kan vallen en het niet ingrijpen van een voorzitter waardoor de kwaliteit van een debat in gevaar kan komen.

Literatuur
Bemmelen, Eric van. “Twitter: revolutie of devolutie?” Metareporter 14 september 2009. 29 september 2009 <http://metareporter.nl/2009/09/14/twitter-revolutie-of-devolutie/>.

Thompson, Clive. “Clive Thompson on the New Literacy.” Wired 24 augustus 2009. 29 september 2009 <http://www.wired.com/techbiz/people/magazine/17-09/st_thompson>.

    woensdag 23 september 2009

    HOORCOLLEGE WEEK 3 - Tim Kuik, maandag 21 september 2009



    Bespreking gelezen literatuur en het gastcollege

    Kembrew McLeod - Confessions of an Intellectual (Property), 2005: Danger Mouse, Mickey Mouse, Sonny Bono, and My Long and Winding Path as a Copyright Activist-Academic
    Als introductie haalt McLeod de zaak van hip-hop artiest Danger Mouse naar voren. Hij heeft met het produceren van zijn Grey Album gebruikt gemaakt van de instrumentele fragmenten van het White Album van de Beatles en deze gecombineerd met zang fragmenten van Jay-Z's Black Album. Qua concept een fantastisch idee maar er werd al snel op gereageerd door EMI met een bevel om te stoppen. Ruim 170 websites plaatsten het Grey Album toch op hun website en riskeerde daarmee een rechtszaak. Maar uiteindelijk kwam er geen enkele rechtszaak en werd het album meer dan een miljoen keer gedownload. McLeod geeft ook aan dat deze zaak EMI niet economisch gedupeerd heeft, Jay-Z reageerde op deze zaak door een a capella versie van zijn plaats uit te geven en niemand die van de Beatles houd zou überhaupt het album van Danger Mouse gedownload hebben. Je zou zeggen iedereen blij maar toch werd er moeilijk gedaan over het auteursrecht van de rechthebbenden. Deze zaak van Danger Mouse leidt tot een opsomming van voorbeelden waaruit blijkt dat door de komst van nieuwe media mensen anders zijn omgegaan met auteursrechten.

    Zelf heeft Mcleod de zin "freedom of expression®" laten patenteren. Dit is zijn manier om kritiek te geven op de manier waarop cultuur steeds verder wordt geprivatiseerd. Zelf is hij voorstander van het creatief mis- of gebruiken van andermans eigendommen. Gelukkig werd Mcleod's zin snel opgepikt door de media en kreeg hij hiermee toch een stem om zijn kritiek op de intellectuele eigendommen wet grootschalig onder de aandacht te brengen. Ik vind het goed hoe Mcleod de grote rechthebbenden die erg veel macht hebben met gelijke munt terugbetaald. Het is een passende doordachte manier om belangstelling op te wekken.

    Mcleod is blij te zien dat er ook tegenbewegingen zijn die bezig zijn met het ontwikkelen van allerlei tactieken omtrent de herziening van de wetten van het auteursrecht. Daarnaast worden er ook nieuwe organisaties opgericht zoals Creative Commons zij dragen de boodschap uit voor minder beperkende regels met betrekking tot de copyright wet. Een uitbreiding van de beschikbaarheid van creatieve werken.

    Als afsluiting roept Mcleod de academici onder ons op om onze rechten te beschermen en onszelf te behoeden voor een nog verdere privatisering dat de creativiteit zal onderdrukken en de vrijheid om ideeën uit te wisselen dat essentieel is voor handhaving van een werkende democratie.

    Gastcollege Tim Kuik (Stichting Brein) - Internet en auteursrecht/piracy
    Tim Kuik is de directeur van de stichting BREIN. BREIN (Bescherming Rechten Entertainment Industrie Nederland) is een Nederlandse organisatie die zich inzet tegen inbreuken op intellectuele eigendommen van auteurs, uitvoerende kunstenaars, uitgevers, producenten en distributeurs van muziek, film, video en interactieve software. Tijdens het college nam hij ons mee door het heden en het verleden van het auteursrecht. Vooral werden er door hem oplossingen geopperd om het illegaal downloaden tegen te gaan. De internet providers waren volgens Kuik ook verantwoordelijk en konden niet meer zomaar hun onschuld aantonen. Ze moeten actief toezicht houden op de gebruiker/eigenaar van een website en de persoonsgegevens van de website eigenaar verifiëren. Dit brengt in de praktijk toch wel enkele problemen met zich mee. Het kost de internet provider erg veel tijd en geld om alles te moeten verifiëren. Daarom opperde Kuik als oplossing dat de internet provider onderdeel moet zijn van het auteursrecht model en de providers hier ook (financieel) van kunnen mee profiteren. In het uiterste geval kunnen zelfs de persoonsgegevens van een gebruiker of een eigenaar vrij worden gegeven. Er kwam dan ook gelijk een vraag uit het publiek of dit niet in strijd was met met de privacyregels. Ik weet niet meer precies wat Kuik hier op antwoordde maar hij staat blijkbaar wel achter deze manier van controle. Hierbij krijg ik het gevoel dat alles moet wijken voor het handhaven van het auteursrecht. Opmerkelijk vond ik ook dat Kuik steeds sprak over een afname van de omzet in de muziekwereld met 50 procent door de komst van het downloaden van illegale muziek. Toen er door Asher een vraag werd gesteld over wetenschappelijke onderzoeken en cijfers kwam dit getal ineens op 20 procent. Hoe is deze andere 30 procent dan te verklaren? Is het niet dat de muziekwereld zelf gewoon te laat heeft ingehaakt op de komst van de digitale mogelijkheden? En hebben ze in het verleden als niet een enorme stijging in omzet gekend door de komst van de CD? Een duidelijk antwoord op die missende 30 procent hebben we van Meneer Kuik niet gekregen. Wat ik goed vond is dat Kuik ook aangaf dat de rechthebbenden zelf ook met alternatieve methoden moeten komen om bijvoorbeeld het legaal downloaden aantrekkelijker te maken. Het is niet alleen de verantwoording van de gebruiker die download maar ook van de artiest zelf. Er moeten nieuwe manieren worden gevonden zodat beide partijen er mee kunnen leven. Daarom vind ik het Creative Commons principe zoals in het artikel van Mcleod wordt beschreven een goede poging om hieraan te voldoen. Er is meer vrijheid tot het gebruik van iemands materiaal maar de beperkingen kunnen door de auteur zelf worden aangegeven.
    Als ik kijk naar de presentatiestijl van Kuik vond ik zijn lichaamshouding erg rustig, hij praatte duidelijk en kwam zelfverzekerd over. Verder mistte ik intonatie wisselingen in zijn stem, dit maakte het gehele college enigszins eentonig. 

    Persoonlijke uiteenzetting
    Als voorbereiding op het gastcollege ging ik Tim Kuik nog snel even googelen. Ik schrok van alle haat zaaiende teksten aan het adres van Kuik. Het blijkt dat hij toch een onderwerp aanboort die voor veel mensen als een heilig domein gezien wordt. In het college kwam vooral de kant van het recht van de rechthebbenden naar voren. Maar uit verschillende media blijkt dat ook BREIN rechtszaken tegen zich heeft gehad en sommigen daarvan ook hebben verloren. Hier gaat het vooral om de privacy regels van de gebruikers en het dwarsbomen van de vrijheid van meningsuiting (Coeterier 2007) (Langenberg 2009). Aangezien ik zelf opgeleid ben tot 'toegepast' kunstenaar kan ik me heel erg goed voorstellen hoe het is voor de rechthebbenden als mensen zomaar jouw eigendom zonder toestemming mis- of gebruiken. Waarschijnlijk zou ik ook niet zomaar over me heen laten lopen en er echt een zaak van maken. Als Grafisch Ontwerpers kunnen wij de organisatie pictoright.nl inschakelen. Maar hoe hypocriet is het eigenlijk dat ik dit verkondig want op mijn computer staat beslist ook illegaal gedownloade muziek. Dit is gelijk ook het lastige punt, als iets gratis is en mensen moeten er ineens voor gaan betalen weigeren ze dit te doen. Terwijl als het om hun eigen auteursrecht of om hun verloren geld zou gaan, zouden ze waarschijnlijk hetzelfde hebben gedaan als de rechthebbenden nu doen via BREIN. Uiteindelijk is geld toch waar het om draait. Het artikel en het college van Kuik gaven ons allebei een totaal andere kijk op het auteursrecht. Ik ben van mening dat beide partijen, rechthebbenden en gebruikers, toenadering tot elkaar moeten zoeken. Er moet gezocht worden naar betaalbare alternatieven. Maar hierbij twijfel ik of dit ooit in de praktijk gebracht zal worden, een praktijk waarin vrijheid van meningsuiting en de rechten op privacy hoog in het vaandel staan. 


    Literatuur
    Coeterier, M. “LJN: AY3854.” Rechtspraak. 2007. 22 september 2009 <http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx?snelzoeken=true&searchtype=ljn&ljn=AY3854>.

    Langenberg, Jeroen. “Stichting BREIN klaagt mogelijk alle ISP's aan.” Techzine 25 juni 2009. 21 september 2009 <http://www.techzine.nl/nieuws/20621/stichting-brein-klaagt-mogelijk-alle-isps-aan.html>.

    maandag 21 september 2009

    WERKCOLLEGE WEEK 2

    Het werkcollege begon met het bespreken van opvallend nieuws binnen het vlak van Nieuwe Media. Het was fijn dat er een open gesprek mogelijk was over uiteenlopende onderwerpen. Wat ik vooral erg opvallend vond is dat twee nieuws items die we tijdens dit werkcollege hadden besproken terug kwamen in het gastcollege van Tim Kuik van stichting Brein. Het eerste item ging over de in Frankrijk goedgekeurde wet die het mogelijk maakt internetgebruikers af te sluiten die zich schuldig maken aan illegaal downloaden. Het tweede item ging over het nieuwe boek van Dan Brown die op grote schaal illegaal wordt gedownload als pdf bestand. Wel logisch natuurlijk ook dat dit besproken kon worden tijdens het gastcollege omdat deze ging over auteursrecht en piracy. In het werkcollege zagen we dit nieuws vooral vanuit de kant van de gebruiker, tijdens ons gastcollege werd er vooral gedacht aan de rechthebbenden van het auteursrecht. Hier ga ik tijdens de bespreking van het gastcollege van Tim Kuik nog verder inhoudelijk op in.

    Na deze ronde hebben we onze één-op-één debatten gevoerd. Samen met Rianne Nijburg hadden we voor de stelling 'Serious games moeten zich alleen richten op de inhoud' gekozen. Ik was voor deze stelling. Lastig vond ik het om goede argumenten te vinden ook omdat er niet echt onderzoeken of cijfers te vinden waren die specifiek over deze stelling gingen. Wel waren er onderzoeken te vinden waar een serious game zich aan moest voldoen qua content en context. Helaas kon ik deze onderzoeken niet gebruiken om argumenten uit te halen. Ik had één redelijke goede bron gevonden deze was van het Ministerie van Economische Zaken. Hier wordt op het einde van het onderzoek een soortgelijk onderwerp als onze stelling behandeld maar helaas waren dat uitkomsten van een discussie en niet van echt onderbouwt onderzoek. Tijdens het één-op-één debatteren hadden we ook een voorzitter. Ik begon met het poneren van de stelling en het toelichten daarvan. Ik merkte al snel dat 3 minuten voor de enkele argumenten die ik had erg veel was. Achteraf had ik beter gebruik moeten maken van het geven van achtergrond informatie. Ons debat kwam niet echt tot een debat, we deden beiden ons zegje maar vielen de ander niet inhoudelijk aan. Tijdens het luisteren naar haar argumenten dacht ik daar moet ik op terug komen maar als het dan weer mijn beurt was was ik weer vergeten waar ik op terug moest komen. Tijdens het lezen van de grondregels (die uitgedeeld werden tijdens het werkcollege) las ik hierover een goede tip, aantekeningen maken van de argumenten die de ander naar voren brengt. Misschien had onze voorzitter ook een iets duidelijker rol kunnen spelen in dit debat door eerder in te grijpen en vragen te stellen over de argumenten waarop wij vast liepen qua redenering. Verder moet ik toegeven dat ik het lastig vind om voor een stelling te zijn als ik er persoonlijk eigenlijk tegen ben. Hier moet ik goed in de gaten houden dat het debat ook een soort spel is waarbij het vooral gaat om het vinden van goede argumenten en deze overtuigend weten over te brengen tijdens het debat. Ook is het inspelen op, of weerleggen van de argumenten van de tegenpartij erg belangrijk om een debat te kunnen 'winnen'.

    Na deze één-op-één debatten was het tijd voor het wekelijkse groeps debat. Met deze week als stelling: "In de komende tien jaar zullen virtuele games een belangrijke rol gaan spelen in het onderwijs." Juliët en Rutger waren tegen, Jaime en Snezana waren voor en Kevin was de voorzitter van dit debat. Kevin gaf als voorzitter een goede inleiding al deed het me wel een beetje denken aan een tv show, dit waarschijnlijk door zijn woordkeuze. Verder was het een erg beleefd debat, iedereen liet elkaar uitpraten, bleef rustig zitten op zijn stoel, en gebruikte goede argumenten. Misschien was het debat zelfs een beetje te beleefd ik mistte de dynamiek en energie. Ik zag dit wel terug bij Juliët toen zij aangaf dat er teveel afgeweken werd van de stelling door de andere partij. Eigenlijk was dit de taak van de voorzitter. Deze had naar mijn mening best vaker mogen ingrijpen en zijn autoriteit mogen laten gelden. Verder vond ik het goed dat ze echt inhoudelijk op elkaars argumenten ingingen en dat er vragen werden gesteld aan de andere partij. Helaas was er tijdens het werkcollege niet veel tijd meer om dit debat uitvoerig na te bespreken. Ik denk wel dat ik er de dingen heb uitgehaald die voor mij leerzaam zijn en deze kan ik weer meenemen in mijn eigen debat.


    Literatuur
    Ministerie van Economische Zaken. Serious Games, sectoroverstijgende technologie- en marktverkenning. 9 oktober 2007. 20 september 2009 <http://www.ez.nl/Actueel/Onderzoeken/Onderzoeken_2007/Serious_Games_sectoroverstijgende_technologie_en_marktverkenning>.

    WERKCOLLEGE WEEK 1

    Tijdens het eerste werkcollege hebben we de in het hoorcollege bekeken film, 12 Angry Men (1957), besproken. De film gaat over een jury die moet gaan beslissen of een jongen schuldig is aan de moord op zijn vader. Één jurylid is vanaf het begin niet overtuigd van de jongen zijn schuld terwijl de rest dit zonder enige discussie wel is. Wanneer er één jurylid tegen is betekend dit dat het niet tot een veroordeling zal komen. Hoe gaan deze mannen dit oplossen? Ze zullen elkaar moeten overtuigen van elkaars mening. De film geeft dit 'spel' op een prachtige wijze weer.

    Aan de hand van deze film bespraken we hoe belangrijk lichaamstaal kan zijn tijdens een discussie of een debat. Alle juryleden hadden kenmerkende gedragingen die we kritisch konden bekijken. Voor de analyse hadden de meesten van ons, net als ik, gekozen voor het jurylid die als eerste onschuldig stemt. Aan de hand van zijn vertoning kon ik nog een aantal toevoegingen doen aan mijn lijst van ground rules voor het debat. Het gaat bij dit jurylid vooral om zijn rustige houding en het gebruik van goede argumenten. Gezamenlijk hebben we een aantal belangrijke ground rules besproken. Hierbij kwam ook de rol van de voorzitter naar voren. In de film is deze rol niet neutraal en mag de voorzitter zelfs zijn stem uitbrengen. Misschien wordt de rol van de voorzitter soms onderschat maar ik denk dat het één van de belangrijkste rollen is binnen een debat. Hierdoor krijgt een debat structuur, krijgen alle sprekers de kans om hun argumenten naar voren te brengen en zal er niet afgeweken worden van de stelling.

    Daarna was het tijd om onze eigen stelling binnen 1 minuut te poneren. Aangezien er geen tijd was om iedereen aan de beurt te laten werden er acht mensen uitgekozen. Hier was ik er één van en mijn stelling luidde "Door hyves is het begrip vriendschap overtrokken." Achteraf kreeg ik van de voorzitter het commentaar dat ik met betere argumenten had kunnen komen en hier was ik het mee eens. Ik had me moeten realiseren dat feitelijke argumenten meer impact hebben om te overtuigen dan persoonlijke of emotionele argumenten. Aangezien er geen onderzoek is gedaan naar dit onderwerp had ik beter een andere stelling kunnen kiezen. Een stelling waar ik mijn mening meer met feitelijke argumenten had kunnen onderbouwen. Maar al doende leert men en dit neem ik mee naar de volgende werkcolleges.

    Aan de hand van het artikel van Liesbeth Levy dienen we nog een kritische blik te werpen op onze eigen geformuleerde ground rules. 
    Het huidige politieke debat in Nederland is er één geworden van patsers. Daarnaast spreekt men in dit artikel van een participatieparadox, burgers krijgen steeds meer mogelijkheden om mee te participeren in de democratische processen maar alleen witte mannen van boven de veertig maken hier gebruik van. Als oplossing hiervoor wordt de dialoog aangedragen deze is voor de gewone mens toegankelijk. Maar Levy ziet hier geen oplossing in volgens haar ondermijnt het hiermee ook de kritische toetsing van burgers van het politiek beleid. Het publieke debat moet als contrapunt voor de politiek worden gezien.
    Daarnaast onderscheid Levy twee verschillende typen van debatteren: Romantisch en Klassiek debatteren. Bij het Romantische debat draait alles om het gevoel en bij het Klassieke debat juist om de waarheidsvinding. Levy is van mening dat deze twee vormen van debat niet zonder elkaar kunnen, ze leveren kennis op die juist in combinatie bijdragen aan het onderscheidend vermogen. Elite en massa, academie en straat moeten weer bij elkaar gebracht worden daarmee zal het publieke debat aan kwaliteit winnen.
    Na het lezen van dit artikel heb ik mijn eigen ground rules nog eens doorgelezen en daar staan regels die slaan op de meer Romantische manier van debatteren zoals overtuigingskracht, zelfverzekerdheid, lichaamshouding en oogcontact. Evenzeer staan er ook regels die slaan op de meer Klassieke manier van debatteren zoals goede inleiding, goede argumenten, de boodschap aanvallen in plaats van de boodschapper, stelling centraal laten staan. Ik ben ook van mening dat een combinatie van deze twee manieren van debatteren een beter resultaat oplevert. Het een kan de ander ondersteunen, de passie binnen een debat helpt de argumenten (die al sterk zijn) aan overtuigingskracht te winnen. Levy heeft mij ook een ander doel van het publieke debat laten zien, het publieke debat als contrapunt voor de politiek. Het gaat hier dan ook niet zozeer over de debat regels op zich maar meer over wie er deelneemt aan dit politieke debat. Hier pleit Levy ook voor een samenkomst van straat en academie, vorm en inhoud. Dit geeft mij een andere kijk op het hedendaagse politieke debat in Nederland met patserige mannen zoals Wilders.

    woensdag 16 september 2009

    THE PLAYFACE

    Een campagne van Sony voor de PS3. "Het is het gezicht dat je trekt als je video games aan het spelen bent en zo geconcentreerd bezig bent dat je je niet bewust bent van de uitdrukkingen die je maakt met je gezicht. En iedereen heeft een verschillende uitdrukking!" Wieden+Kennedy Tokyo


    TABLET LAPTOP

    Een laptop voor designers en illustratoren met aan de andere kant van 
    het toetsenbord een grafische tablet.

     
     

    HOORCOLLEGE WEEK 2 - Renée Filius, maandag 14 september 2009

    Bespreking gelezen literatuur en het gastcollege

    J.C. Herz - Gaming the system, What Higher Education Can Learn from Multiplayer Online Worlds
    Met deze titel geeft Herz aan dat het hoger onderwijs iets kan leren van multiplayer online werelden. Welke rol zouden games (kunnen) spelen binnen het onderwijs. In het begin van het artikel wordt er ingegaan op de komst van de game binnen het academisch lab. Zelfs in dat stadium waren de kwaliteiten van een leerervaring al aanwezig. Dit kwam door de samenwerking van de 'gamers' met als doel de game nog beter te maken. Naarmate de tijd vorderde was de computer niet langer alleen beschikbaar voor academici en gingen ook hobbyisten aan de slag met games. Steeds meer kennis werd gedeeld en daardoor gingen de ontwikkelingen omtrent games erg snel. Doordat er bij veel games de mogelijkheid was om de content zelf aan te passen waren de games niet louter entertainment maar kenden ze ook een educatieve factor. Ook werden de "Newbies" onderwezen door de meer ervaren gamers en ontstond er een netwerk model voor het leren en onderwijzen. Herz haalt in haar artikel ook de game The Sims als voorbeeld aan. Bij deze game is 90% van de content geproduceerd door de gamers zelf. Ik denk dat Herz duidelijk wil maken dat als mensen zelf meer bij een proces worden betrokken het enthousiasme groter zal zijn en daarmee het leereffect ook groter. Games hebben naast technische kenmerken ook sociale kenmerken zoals samenwerken, competeren en de neiging om groepen te vormen. Herz pleit in het onderwijs voor leermomenten die meer een continuüm vormen zoals dit ook bij games het geval is. Het netwerk en het sociale aspect van de online werelden is waar het onderwijs goed naar zou moeten kijken. Er is nog veel te halen als ze deze bovengenoemde aspecten zouden implementeren in het onderwijs.

    Renée Filius - Doet u mij maar een educatief managementgame
    De diversiteit van educatieve games is groot en soms is het lastig om de juiste game bij het juiste leerdoel te vinden. Daarna legt Filius vooral de voordelen van educatieve games uit zoals gemotiveerd bezig zijn, leren samenwerken en leren beslissingen te nemen. Filius is van mening dat studenten kennis moeten produceren in plaats van het alleen te consumeren. Ik ben ook van mening dat je van consumeren niet veel wijzer wordt als het nooit in de praktijk gebracht kan worden. Ik zie de educatieve game dan als een mogelijkheid om je kennis in de game 'praktijk' te testen. Filius pleit daarnaast voor een game-zoekmachine waarin docenten een geschikte game zouden kunnen selecteren. Toch vraag ik me af of er steeds een nieuwe game moet worden geschreven voor één specifieke doelgroep met een specifiek leerdoel of dat de bestaande games aangepast kunnen worden aan de wensen van een docent. Dit laatste lijkt me alleen het geval als het bijvoorbeeld gaat over een game waarbij de content geen directe relatie heeft met de context zoals bijvoorbeeld bij de game 'de Kamelenrace'. Zelf heb ik positieve ervaringen met educatieve games gehad. Tijdens mijn middelbaar onderwijs heb ik Engelse, Duitse en Franse woorden geoefend met behulp van een game. Door de herhaling en het correct moeten typen van de woorden werkte het voor mij heel effectief om mijn woordenschat en spelling te vergroten.

    Gastcollege - Renée Filius
    De lezing op maandag 14 september gegeven door Renée Filius ging over serious games in het hoger onderwijs. Aan de hand van een aantal specifieke voorbeelden heeft ze duidelijk gemaakt waarom zij van mening is dat serious games een goede toevoeging zijn voor het onderwijs van studenten. De serious game is erop gericht om studenten gemotiveerd bezig te laten zijn met complexe problemen. De game is een ervaring op zich waarbij ze vaak moeten leren samenwerken en er soms zelfs een competitie element in is verwerkt. Dit alles om de studenten zo gemotiveerd mogelijk te houden. Verder werden er nog een aantal kleine kanttekeningen gezet bij de negatieve effecten van serious games, zoals verslaving of dat het plezier een grotere rol gaat spelen dan de educatie binnen de serious game. Tijdens de lezing werd er kort gepraat over het actuele debat tussen de Ludologen en de Narratologen met betrekking tot de educatieve game. Aangezien mijn kennis daar misschien nog een beetje tekort schiet werd er aangeraden het boek New Media, a critial introduction van M. Lister te lezen. Dit boek heb ik besteld en ik ben benieuwd hoe dit boek mijn kijk weer kan verruimen.

    Persoonlijke uiteenzetting
    De artikelen en de lezing hadden naar mijn idee beiden een positieve houding ten opzichte van de game binnen het onderwijs. Ik merk dat het in het artikel van Herz vooral gaat om het (online) netwerk en de voordelen die dat oplevert zoals kennis uitwisseling en dat daar in de lezing toch weinig aandacht aan werd besteed. Tijdens de lezing ging het vooral om de op zichzelf staande serious game. De implementatie van de voordelen van het online netwerk in een serious game zou mij een interessante stap lijken. Als ik naar mezelf kijk kan ik het online netwerk niet meer uit mijn wereld wegdenken. Maar als ik kijk naar wat de Universiteit mij bied op dit gebied is dit momenteel alleen het blackboard. Dit is voor mij niet echt een uitnodigende manier om contact te zoeken met mijn mede studenten. Verder zou ik ook niet weten wat onze gezamenlijke interesse is waar we kennis over zouden kunnen delen, behalve dan de vak gerelateerde kennis. Het bijhouden van een online blog zoals we dit nu doen is eigenlijk ook puur voor jezelf (en de beoordeling van de docent). We maken niet echt gebruik van de online netwerk mogelijkheden en naar mijn mening laat dit een mooie kans onbenut. Laat het debat over nieuwe media zich online maar verder ontplooien. Het mooie aan online netwerken vind ik het enthousiasme wat daar van afstraalt het zichzelf constant in 'leven' houden. Niet het moeten staat centraal maar het willen! Ik denk daarom ook dat voor sommige doelgroepen de 'moeten' factor minder is door het leren met behulp van een educatieve game. Het leren wordt aantrekkelijker gemaakt maar schiet niet zijn (leer)doel voorbij.

    dinsdag 8 september 2009

    GROUND RULES DEBAT

    Het is een hele tijd geleden dat ik me bezig gehouden heb met debatteren. Tijdens mijn VWO kan ik me herinneren dat we op school actief aan het debatteren waren. Vaak kwam het daar niet echt tot interessante discussies omdat er geen goede debat voorzitter was en de meesten zich niet goed hadden ingelezen in het onderwerp. Zo liep het debat uit op een stille dood of op een te persoonlijke discussie. Op tv was toentertijd ook het programma 'Het jongerenlagerhuis' van de VARA te volgen. Herhaaldelijk was ik onder de indruk van de passie van de sprekers en de goede argumenten die zij aandroegen.  Ze hadden kennis van zaken en konden dit goed onder woorden brengen. De debat voorzitter hield de touwtjes strak in handen en hierdoor kwam het debat goed uit de verf. De tijdslimiet was van te voren vast gesteld en dit gaf een soort rust. Iedereen die aan dit programma mee deed wist wel waar hij of zij mee bezig was en wat het doel was van een debat. Het is ook een soort spel die je vol overgave moet spelen. Aan de hand van deze ervaringen en observaties mijn ground rules:

    • Goede voorbereiding (lees je in over het onderwerp en denk na over de argumenten)
    • Een goede inleiding waarin de stelling uiteengezet wordt 
    • Gebruik goede argumenten die relevant zijn voor het onderwerp
    • Goede debatvoorzitter (straalt autoriteit uit en bepaald de loop van het debat)
    • Val niet de boodschapper maar de boodschap aan (wordt niet persoonlijk)
    • Lichaamshouding/oogcontact (hiermee straal je zelfvertrouwen uit)
    • Spreeksnelheid, articulatie en stemvariatie (doe je dit goed dan boei je je publiek eerder)
    • Stelling staat centraal, niet teveel afwijken (anders verlies je het doel uit het oog)
    • Wederzijds respect
    • Geloof in jezelf, overtuigingskracht, zelfverzekerdheid
    • Neem een actieve houding aan
    • Tijdslimiet (zo weet iedereen waar hij of zij aan toe is)
    • Goed luisteren, denken en daarna pas spreken
    • Spreek jezelf nooit tegen (dan ben je niet meer geloofwaardig)

    FILMANALYSE 12 ANGRY MEN

    Voor de filmanalyse heb ik gekozen voor het personage die als eerste 'not guilty' stemt. De naam van het personage in de film is Davis en wordt gespeeld door acteur Henry Fonda. Wat mij gelijk opviel is zijn rustige maar actieve houding na de eerste stemronde. HIj probeert zijn standpunt duidelijk te maken aan zijn mede jury leden door te komen met sterke argumenten. Als de aandacht afglijdt roept hij de jury op om on-topic te blijven. Als Davis aan het woord is zoekt hij oogcontact en gebruikt hij zijn handen om zijn woorden kracht bij te zetten. Als er meer aandacht gewenst is gaat hij staan om zo net iets meer overwicht te krijgen. In de discussie blijft hij beleefd en wacht hij op zijn beurt om het woord te nemen. Als hij het met iemand niet eens is vraagt hij diegene ook om te komen met goede tegen argumenten die Davis misschien zouden kunnen overtuigen. Zie hier een citaat van Davis: "No jury can declare a man guilty unless it's sure. We nine can't understand how you three are still so sure. Maybe you can tell us." Zijn hele houding straalt veel zelfvertrouwen uit en dit heeft een positieve uitwerking op zijn geloofwaardigheid. In het versterken van zijn argumenten komt hij met creatieve ideeën om de feiten in een ander licht te plaatsen. Hierdoor worden de andere jury leden aan het denken gezet en gaan ze inzien dat 'de waarheid' meerdere kanten kent. Naarmate de tijd vordert stemmen steeds meer jury leden 'not guilty' dit kan ook gezien worden als een overwinning voor Davis. Hij weet de jury leden één voor één voor zich te winnen en dit is te danken aan het geloof in zijn eigen argumenten en in zichzelf. Dat zijn voor mij de redenen van zijn overtuigingskracht.