dinsdag 3 november 2009

GROEPS BIBLIOGRAFIE

“Meinungen der Bundesburger zur Vorratsdatenspeicherung.” Vorratsdatenspeicherung. Forsa. 2008. 24 oktober 2009  <http://www.vorratsdatenspeicherung.de/images/forsa_2008-06-03.pdf>.

“Niets te verbergen en toch bang.” cbpweb. Regioplan. 2009. College Bescherming Peroonsgegevens. 20 oktober 2009 <http://www.cbpweb.nl/documenten/rap_2009_niets_te_verbergen_en_toch_bang.shtml>.

Adviescommissie Informatiestromen Veiligheid. Data voor daadkracht. Gegevensbestanden voor veiligheid: observaties en analyse. Z.P: [Deltahage], 2007.

Anoniem. “CIOT; De telefoongids van de overheid.” Hackblog. 2009. 20 oktober 2009 <http://www.hackblog.nl/89-ciot-cis-de-telefoongids-overheid.html>.

Centraal Bureau voor de Statistiek. “ICT gebruik van huishoudens naar huishoudkenmerken.” Statline. 2009. 20 oktober 2009 <http://statline.cbs.nl/StatWeb/publication/?VW=T&DM=SLNL&PA=71102ned&D1=3-4,11-17&D2=0-10&D3=a&HD=080424-1708&HDR=T&STB=G1,G2>.

Daalen, Ot van. Aanbevelingen Bits of Freedom t.a.v. evaluatie Wet Bescherming Persoonsgegevens. Z.P., Z.U., 2009. 

De Wet Bescherming Persoonsgegevens. Den Haag: College Bescherming Persoonsgegevens, 2001.

Graaf, Bob de. “Zoeken naar spelden in steeds grotere hooibergen.” Human. 2009. 20 oktober 2009. <http://www.human.nl/?pg=dos&dosid=15&dosnwsid=2757>.

Hayes, Ben. NeoConOpticon, The Security-Industrial Complex. Buxton, Nick, et al.  Statewatch. 25 september 2009: 20 oktober 2009. <http://www.statewatch.org/analyses/neoconopticon-report.pdf>.
 

Humabio. “Human Monitoring and Authentication using Biodynamic Indicators and Behavioural  Analysis.” Humabio Newsletter 1 (2006): 1-10.

Jacobs, Bart. “Samenvatting.” De menselijke maat in ICT (2007) Abstract. 20 oktober 2009. <http://www.cs.ru.nl/B.Jacobs/MM/>.

Jacobs, Bart. De menselijke maat in ICT. Nijmegen: Radbout Universiteit Nijmegen, 2007.

Jacobs, Bart. Wie beheert mijn dossiers? Centraal versus de-centraal gegevensbeheer. Nijmegen: Radboud Universiteit Nijmegen, 2007.

Keen, Andrew. “Internet biedt valse democratie.” De Volkskrant. 7 april 2008. 20 oktober 2009. <http://extra.volkskrant.nl/opinie/artikel/show/id/245/Internet_biedt_valse_democratie>. 

Koning, Bart de. “De Koning: Niets te verbergen? Dat had u gedacht!” [2008] Nrc.nl – 21-10-2009. <http://www.nrc.nl/nieuwsthema/privacy/article1902538.ece/Niets_te_verbergen_Dat_had_u_gedacht!>.

Leeuw, Elisabeth de. “Post-9/11 Privacy.” Informatiebeveiliging 5 (2008): 26-30.

Muller, E., et al. Veiligheid en privacy. Een zoektocht naar een nieuwe balans. Den Haag: Boom Juridische Uitgevers, 2007.

Notten, Tjerk. “Burgers zijn te makkelijk.” Universiteitskrant Groningen 12, Jaargang 38 (2008): 18 oktober 2009. <http://www.uk.rug.nl/archief/jaargang38/12/02a.php>.

Pieters, Wolter et al. “Online democratie, het lijkt zo ideaal.” Trouw. 5 augustus 2009. 20 oktober 2009. <http://www.trouw.nl/opinie/podium/article2831258.ece/Online_democratie__het_lijkt_zo_ideaal.html>.

Schildmeijer, R., et al. Burgers en hun privacy. Amsterdam: TNS NIPO Consult, 2005.

Vedder, A., et al. Van privacyparadijs tot controlestaat? Misdaad- en terreurbestrijding in Nederland aan het begin van de 21ste eeuw. Den Haag: Rathenau Instituut, 2007.

Vlasblom, Dirk. “Ga gerust mijn gangen na.” [2007] Nrc.nl – 21-10-2009. <http://www.nrc.nl/nieuwsthema/privacy/article1856854.ece/Ga_gerust_mijn_gangen_na>.

Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum. Ministerie van Justitie. WODC, Pro Facto. Wat niet weet, wat niet deert. By Winter, H.B, et al. 2008. 20 oktober 2009. <http://www.wodc.nl/onderzoeksdatabase/evaluatie-wet-bescherming-persoonsgegevens-wbp-2e-fase.aspx>.

Written on the Body: Biometrics and Identity, Ploeg, Irma van der. Cyberethics: Morality And Law In Cyberspace. 2006. 20 oktober 2009. <http://www.scribd.com/doc/17532722/Bio-Metrics-and-Identity-by-Irma-Van-Der-Ploeg>.

REFLECTIE OP DE CURSUS

Ik zal de cursus reflecteren aan de hand van een aantal sub onderdelen.

Gastcolleges
Tijdens de gastcolleges was er een gevarieerd aanbod van sprekers. Ook al was het college de ene week inhoudelijk beter dan de ander, toch werd ik steeds weer geprikkeld om na te denken over het thema van die week. Ook doordat je deze informatie weer mee kon nemen naar het groepsdebat. Vaak vond ik de verplichte en aanbevolen literatuur goed bij het onderwerp aansluiten. Voor het gastcollege van Tim Kuik moesten we het artikel lezen van McLeod. Dit artikel gaf juist een tegenovergestelde kijk op het auteursrecht dan wat Kuik later in zijn gastcollege betoogde. Hieruit blijkt dat online auteursrecht een gevoelig onderwerp is en er niet een kant en klare oplossing te vinden is.

De artikelen, het gastcollege en je eigen onderzoek rondom het thema boden mij een brede context om de gastcolleges kritisch te bespreken. Wel vond ik het soms lastig om deze drie elementen goed met elkaar te verenigen. Dit was voor mij de eerste keer om op een 'academische' manier een betoog te schrijven. Door deze cursus leer je een eigen mening te vormen binnen een bepaald thema en moet je jezelf steeds dwingen kritisch te blijven. Bij mezelf heb ik gemerkt dat ik me niet kon houden aan de maximale aantal woorden, ik heb toch meer woorden nodig om een duidelijk verhaal te maken.

Verder vond ik het lastig om vooraf een vraag te formuleren voor het gastcollege. Vaak werden de meeste vragen al wel beantwoord tijdens de presentatie, of waren de vragen ineens niet meer relevant doordat ze teveel afweken van het betoog wat gehouden werd door de gastspreker.

Werkcolleges
De werkcolleges kenden een open karakter, er kon vrijuit gesproken worden en er hing een ongedwongen karakter. Daarentegen was er de mogelijkheid om kritisch naar elkaar te zijn, waar iedereen naar mening ook voor open stond. Tijdens een werkcollege waar een andere werkgroep aanwezig was en kritiek leverde op onze groep, openbaarde zich bij ons ook een soort 'groepsgevoel'.

Door de evaluatie van een debat binnen het werkcollege weet je waar je op moet letten tijdens een debat. Het gaat duidelijk niet altijd om wat je zegt maar ook hoe je het zegt. Dit refereert ook weer terug naar de groundrules uit de eerste week. Eigenlijk zijn we daarna nooit duidelijk terug gekomen op de groundrules, misschien omdat deze als vanzelfsprekend werden gezien. Ook ben ik gaan inzien wat het belang van het gebruik van bronnen binnen een debat is. Door het gebruik van bronnen kan je je argumenten meer kracht bijzetten en de tegenstanders overdonderen.

Bij aanvang dan deze cursus kreeg ik wel even de kriebels bij de gedachte dat ik straks debatten moest gaan voeren. Achteraf gezien is de cursus goed opgebouwd, leer je steeds een stap verder te gaan en kan je goed voorbereid aan een debat beginnen. Toch blijf ik het lastig vinden om een kant van een debat te verdedigen als je er persoonlijk niet achterstaat. Echter heb ik wel geleerd dat je door een goede voorbereiding je toch kan inleven in de kant waar je eigenlijk niet achterstaat. Ik denk ook dat hoe vaker je een debat voert hoe 'makkelijker' het gaat. Door het debatteren regelmatig in de praktijk te brengen en vaak naar andere debatten te kijken leer je veel. Je kan een debat dan qua inhoud en vorm helemaal je eigen maken.

Het bijhouden van de blog heb ik ervaren als positief en negatief. Positief vond ik het dat je hierdoor gedwongen werd kritisch na te denken over de thema's. En ik vond het eigenlijk ook gewoon leuk om posts te schrijven. Negatief vond ik het dat je door de hoeveelheid aan posts al snel achterloopt en de moed je soms in de schoenen zakt als je ziet hoeveel je nog moet doen. Daarbij vond ik het jammer het 'online' staan van de blog niet echt gebruikt werd. Het zou interessant zijn om deze functie beter te benutten misschien door elkaar vaker van feedback te voorzien, of om gewoon inhoudelijke toevoegingen te doen bij een bericht van iemand. Op het einde moet je ook alsnog een papieren versie van je blog inleveren, ik snap dit wel vanuit het oogpunt van het lezen en nakijken, maar het gaat dan wel voorbij aan de oorspronkelijke opzet van onze blog.

Docent
Asher had als docent tijdens elk werkcollege een kritische houding, wat ik als prettig heb ervaren. Hierdoor werden er voor mijn gevoel ook wel goede inhoudelijke debatten gevoerd. Verder kon hij veel achtergrond informatie verschaffen en bekeek hij de onderwerpen vanuit een nog bredere context dan ons. Hierdoor kon hij ons goede tips qua literatuur geven. We bespraken ook hoe je de gastcolleges kon analyseren, hier gaf Asher ons de methode van claim, evidence, warrant en qualifications voor. Dit vond ik een goede toevoeging omdat je zo gestructureerd een gastcollege kan analyseren.

Ik kreeg in het begin het gevoel dat Asher door zijn leeftijd al snel als 'een van ons'  werd gezien. Dat kan positief zijn, denk hierbij aan de ongedwongen sfeer waarin iedereen zijn mening durft te geven, maar het kan ook de negatieve kant opslaan waardoor hij zijn autoriteit verliest. Al met al vond ik wel dat Asher hier goed mee om ging. Het was duidelijk dat wij door onze input als groep de cursus tot een succes moesten maken, Asher was hierbij de sturende factor.

Plenair Einddebat
Het einddebat had een hoge amusementswaarde, ik heb me zeker vermaakt, maar het debat miste inhoud. Het werd tijdens deze debatten zichtbaar dat de vorm heel erg belangrijk is binnen een debat. Doordat het een voorwaarde was dat iedereen mee kon participeren was de tijd per debat te kort. Hierdoor kwamen de debatten niet echt tot een hoog niveau. Wat ik me voor zou kunnen stellen is dat elke werkgroep één of twee debat groepen naar voren schuift en deze laat debatteren tijdens het einddebat. Ook zou ik graag van te voren hebben geweten of ik voor of tegen de stelling was. Zo had iedereen zich denk ik beter kunnen voorbereiden, wat ook weer meewerkt aan een goed debat. De voorzitters waren tijdens het debat niet echt een meerwaarde en zeker twee voorzitters tegelijk niet. Hier hebben we het tijdens het laatste werkcollege al over gehad. De voorzitter zou eigenlijk meer betrokken moeten worden bij het proces van het einddebat. Zodat hij ook inhoudelijk weet waar de groepen het over zullen gaan hebben en hij of zij een goede inleiding kan geven. Als laatste wil ik nog even de rol van publiek als jury aankaarten. Het was jammer dat het publiek niet 'objectief' was en vooral stemde op gevoel en op werkgroep. Misschien kan je wanneer je minder mensen laat mee debatteren een soort jury van tien mensen samenstellen die alleen deze rol vertolken. En dat ze achteraf hier weer verslag over moeten uitbrengen tijdens het werkcollege. Ook al was de inhoud soms ver te zoeken, het was wel een prettige afsluiting van deze cursus.


Literatuur
McLeod, Kembrew. “Confessions of an Intellectual (Property): Danger Mouse, Mickey Mouse, Sonny Bono and My Long and Winding Path as an Activist-Scholar.” Journal of Popular Music & Society vol 28 2005. p. 79-92.

VRAAG GASTCOLLEGE



Om eerlijk te zijn had ik geen vaststaande vraag voorbereid voor tijdens het college van Ot van Daalen. Tijdens het lezen het het artikel van Lyon en het zoeken op internet naar Ot van Daalen en Bits of Freedom kwamen er wel vragen in me op zoals: Waarom was Bits of Freedom ooit gestopt en waarom is Bits of Freedom nu weer terug? Wat zijn de beweegredenen van Ot van Daalen geweest om zich hiervoor in te zetten? Wat voor soort 'organisatie' is het, hoe kunnen zij financieel overleven? Krijgen ze subsidie? Want bij de organisatie BREIN werkt het zo dat de rechthebbenden betalen zodat BREIN zich in kan zetten tegen de inbreuken op de intellectuele eigendommen van deze rechthebbenden.

Van Daalen gaf aan dat de kans zich afgelopen augustus voordeed om Bits of Freedom weer op te pakken. Zelf was hij daarvoor werkzaam als advocaat en hield hij zich onder andere bezig met auteursrecht. Bits of Freedom gaat de digitale burgerrechten verdedigen. Uit het gastcollege bleek wel dat Van Daalen een zeer gedreven persoon is en hij deze strijd bijna als een persoonlijke strijd ziet. Bits of Freedom moet het financieel hebben van donaties en een sponsor. In het begin werd over die sponsor naar mijn mening een beetje geheimzinnig gedaan maar toen daarover een specifieke vraag werd gesteld beantwoorde Van Dale deze wel. De sponsor is de stichting Internet4all, wat weer een onderdeel is van XS4ALL. De stichting Internet4all sponsort activiteiten die de maatschappelijke positie en betekenis van internet in disussie brengen, verscherpen en ontwikkelen. Verder werd ik verwezen naar de website privacymatters.nl.
"Privacy Matters is een 9 minuten durende spraakmakende film over de verschuiving die de afgelopen jaren heeft plaatsgevonden op het gebied van privacy. Over hoe iedereen zelf data lekt, hoe het bedrijfsleven vervolgens met deze data omgaat en over de verzameldrang van de overheid naar data. Stichting Internet4all wil u met deze film informeren en uitdagen om een discussie aan te gaan over onze privacy, rechtsstaat en vrijheid (XS4ALL)." 
Ik had nooit verwacht dat een XS4ALL als internet provider een stichting zou oprichten die activiteiten sponsort die de maatschappelijke positie en betekenis van internet in disussie brengen, verscherpen en ontwikkelen. Terwijl, als ik hier over nadenk het helemaal niet zo'n vreemd idee is. Hierdoor laat XS4ALL aan hun klanten weten dat zij zich bezig houden met zaken als privacy en dat ze dat belangrijk vinden als  internet provider. Maar toch ben ik bij zulke bedrijven altijd een beetje voorzichtig, er bestaat niet veel transparantie en je weet nooit welke belangen er mee spelen


Literatuur
“Spraakmakende film: Privacy Matters.” XS4ALL Nieuwsbrief. 26 november 2008. 2 november 2009. <http://www.xs4all.nl/nieuws/bericht.php?msect=nieuwsbrief&id=160&taal=nl#3>.

Privacymatters. Ed. Oudheusden, Robin. 2008. internet4all. 2 november 2009 <http://www.privacymatters.nl/>.

maandag 2 november 2009

INDIVIDUEEL ZOEKVERSLAG

“Meinungen der Bundesburger zur Vorratsdatenspeicherung.” Vorratsdatenspeicherung. Forsa. 2008. 24 oktober 2009  <http://www.vorratsdatenspeicherung.de/images/forsa_2008-06-03.pdf>.

 “Niets te verbergen en toch bang.” cbpweb. Regioplan. 2009. College Bescherming Peroonsgegevens. 20 oktober 2009 <http://www.cbpweb.nl/documenten/rap_2009_niets_te_verbergen_en_toch_bang.shtml>.

Anoniem. “CIOT; De telefoongids van de overheid.” Hackblog. 2009. 20 oktober 2009 <http://www.hackblog.nl/89-ciot-cis-de-telefoongids-overheid.html>.

Centraal Bureau voor de Statistiek. “ICT gebruik van huishoudens naar huishoudkenmerken.” Statline. 2009. 20 oktober 2009 <http://statline.cbs.nl/StatWeb/publication/?VW=T&DM=SLNL&PA=71102ned&D1=3-4,11-17&D2=0-10&D3=a&HD=080424-1708&HDR=T&STB=G1,G2>.

Graaf, Bob de. “Zoeken naar spelden in steeds grotere hooibergen.” Human. 2009. 20 oktober 2009 <http://www.human.nl/?pg=dos&dosid=15&dosnwsid=2757>.

Hayes, Ben. NeoConOpticon, The Security-Industrial Complex. Buxton, Nick, et al.  Statewatch. 25 september 2009: 20 oktober 2009 <http://www.statewatch.org/analyses/neoconopticon-report.pdf>.

Jacobs, Bart. “Samenvatting.” De menselijke maat in ICT (2007) Abstract. 20 oktober 2009 <http://www.cs.ru.nl/B.Jacobs/MM/>.

Keen, Andrew. “Internet biedt valse democratie.” De Volkskrant. 7 april 2008. 20 oktober 2009. <http://extra.volkskrant.nl/opinie/artikel/show/id/245/Internet_biedt_valse_democratie>.

Notten, Tjerk. “Burgers zijn te makkelijk.” Universiteitskrant Groningen 12, Jaargang 38 (2008): 18 oktober 2009 <http://www.uk.rug.nl/archief/jaargang38/12/02a.php>.

Pieters, Wolter et al. “Online democratie, het lijkt zo ideaal.” Trouw. 5 augustus 2009. 20 oktober 2009. <http://www.trouw.nl/opinie/podium/article2831258.ece/Online_democratie__het_lijkt_zo_ideaal.html>.

Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum. Ministerie van Justitie. WODC, Pro Facto. Wat niet weet, wat niet deert. By Winter, H.B, et al. 2008. 20 oktober 2009 <http://www.wodc.nl/onderzoeksdatabase/evaluatie-wet-bescherming-persoonsgegevens-wbp-2e-fase.aspx>.

 Written on the Body: Biometrics and Identity, Ploeg, Irma van der. Cyberethics: Morality And Law In Cyberspace. 2006. 20 oktober 2009 <http://www.scribd.com/doc/17532722/Bio-Metrics-and-Identity-by-Irma-Van-Der-Ploeg>.

INDIVIDUEEL DEBATVERSLAG - PRIVACY EN SURVEILLANCE

Tijdens het gastcollege van Ot van Daalen werden we al geprikkeld om na te denken over het thema privacy en surveillance. Ook al vertelde Van Daalen het vooral vanuit één gezichtspunt, dat voor het behouden van de privacy in de online wereld, toch konden we ons een goed beeld vormen van wat er nu speelt op dit gebied. Deze week was het aan onze groep om het debat voor te bereiden. Aangezien wij de laatste debat groep van deze cursus waren hadden wel al veel kunnen 'afkijken' van de vorige debat groepen. Doordat we wisten waar de valkuilen zouden kunnen liggen hebben we lang gediscussieerd over onze eigen stelling. Uiteindelijk is de stelling geworden: “Het digitaal opslaan van persoonsgegevens ten behoeve van veiligheid is wenselijk." Eigenlijk had iedereen de voorkeur om de stelling aan te vallen in plaats van te verdedigen, en moest er worden geloot. Verder hebben we de keuze gemaakt om Gerrie en Mirjam uit elkaar te halen omdat zij toch een natuurlijk overwicht hebben in een debat. Dit leek mij beter voor de balans van het debat. Aangezien ik als persoon minder aanwezig ben moet ik het vooral hebben van een goede inhoudelijke voorbereiding in plaats van de vorm. Samen met Gerrie was ik tegen de stelling, Ineke en Mirjam waren voor de stelling en Rianne was onze voorzitster.

De dag voor het 'echte' debat hebben we een soort proef debat gevoerd. Hierin hebben we onze argumenten en bronnen aan elkaar kenbaar gemaakt. Dit met als doel dat we tijdens het 'echte' debat goed inhoudelijk op elkaar konden ingaan en niet vast kwamen te zitten in een cirkel redenering. Voor mij werkte deze aanpak goed, hierdoor kon ik alles op een rij zetten en begon ik met een goed gevoel aan het 'echte' debat.

In het begin hadden wij alle vijf een voorkeur om tegen de stelling te zijn maar naarmate we ons meer gingen verdiepen in dit thema werd onze stellingname wel iets genuanceerder. Om de rest van onze werkgroep ook te betrekken bij ons debat hadden we bedacht dat we voor de aanvang van het debat zouden vragen wie er voor was en wie tegen. Eigenlijk gaf er maar één iemand aan dat hij voor was, mits de beveiliging van het systeem gegarandeerd zou zijn. Dit was precies zoals we verwacht hadden. Helaas was aan het einde nog steeds maar één iemand voor de stelling en ging het niet zoals wij verwacht hadden. Wij hadden verwacht dat onze voorpartij argumenten zou aanhalen waardoor er meer mensen van onze werkgroep (gedeeltelijk) voor de stelling zouden zijn. Hierdoor werkte ons idee van het betrekken van het publiek niet zo goed als we gehoopt hadden.

Rianne poneerde als voorzitster de stelling en lichtte deze verder toe. Ze heeft gedefinieerd wat wij verstaan onder de begrippen persoonsgegevens en veiligheid. Bij deze stelling gaat het ook om het centraal opslaan van de persoonsgegevens en niet om het decentraal opslaan. Wij als tegen partij kregen het eerst het woord, Gerrie begon met het toelichten van ons standpunt. Ons belangrijkste argument was die van de ethiek. Ethiek gaat verder dan wetgeving, maar ethiek bindt formeel niet en wetgeving wel. Niet alles wat ongepast of onfatsoenlijk, dus onethisch is, is onrechtmatig. Verder hadden wij nog een een aantal goede cijfers uit onderzoeken gevonden die onze argumenten kracht bij konden zetten. Bijvoorbeeld een onderzoek in opdracht van het Bundesverfassungsgericht waaruit blijkt dat 52% van de Duitsers zich niet vrij voelen om alles over de telefoon te bespreken (Vorratsdatenspeicherung 3). (ANDERE 86%)
Wel kregen we van Asher als feedback dat we goed gebruik hadden gemaakt van bronnen maar dat het soms net iets verder had kunnen gaan dan alleen de procentuele getallen. Het zou goed zijn geweest als we dat niveau hadden kunnen overstijgen. Ik denk dat wij allang blij waren dat we onderzoeken hadden gevonden met duidelijke cijfers die onze argumenten kracht konden bijzetten.

Naar mijn mening verliep ons debat goed, we bleven rustig, lieten elkaar uitpraten en gingen in op elkaars argumenten. Gaandeweg het debat werd wel duidelijk dat wij als tegen partij meer inhoudelijke argumenten hadden en moest de voor partij het vooral hebben van hun retoriek. Mirjam droeg een aantal voorbeelden aan waardoor ze probeerde op het gevoel in te spelen van het publiek. Helaas konden deze voorbeelden niet inhoudelijk onderbouwt worden en waren ze voor ons 'makkelijk' om aan te vallen. Uiteindelijk bleek ook wel uit ons debat dat privacy en veiligheid nooit volledig met elkaar te verenigen zijn. Er moet een goede balans gevonden worden tussen deze twee onderdelen. Wel vond ik het lastig om de kritieken van onze werkgroep over ons debat te plaatsen. Het waren voor mijn gevoel vrijwel allemaal opmerkingen over wat beter had gekund terwijl ons debat voor mijn gevoel best goed was gegaan. Uiteindelijk bleek uit het cijfer ook dat we het helemaal niet slecht hadden gedaan als groep.

Zelf heb ik een tijd geleden al bezwaar gemaakt tegen het Elektronisch Patiënten Dossier. Ik was me al wel bewust van de mogelijkheid van privacy aantasting. Toch was ik verrast toen Van Daalen de aantallen aangaf van databases waarin je vermeld staat. Ook al ben je voor een deel zelf verantwoordelijk dat je in deze databases staat (denk aan boeken kopen via bol of een lamp via marktplaats) dan nog blijven er genoeg databases over waarin je ongevraagd opgenomen bent. Dit hele debat proces heeft bij mij gezorgd voor een grotere bewustwording omtrent dit thema. Aangezien ik aan de ene kant het internet nodig heb om mezelf te profileren als Grafisch Ontwerper dien ik aan de andere kant ook voorzichtig te zijn met mijn persoonlijke gegevens.


Literatuur
“Meinungen der Bundesburger zur Vorratsdatenspeicherung.” Vorratsdatenspeicherung. Forsa. 2008. 24 oktober 2009  <http://www.vorratsdatenspeicherung.de/images/forsa_2008-06-03.pdf>.

HOORCOLLEGE WEEK 6, Ot van Daalen, maandag 19 oktober 2009



Bespreking gelezen literatuur en het gastcollege

David Lyon - National ID Cards: Crime-Control, Citizenship and Social Sorting (2007)
Nieuwe identiteitskaart systemen verschijnen in verschillende landen over de hele wereld, en deze zijn gebaseerd op biometrie en maken gebruik van doorzoekbare databases. De surveillance kwestie gaat niet zozeer over de kaarten zelf maar over de nationale registers die de persoonlijke data verwerken. Dit voedt de 'controle cultuur', die zijn bereik geografisch vergroot wanneer de identificatie maatregelen zijn geharmoniseerd en geïntegreerd over de nationale grenzen heen. De sociale sortering capaciteiten van de nieuwe identiteitskaarten zijn onderschat, net zoals de gevolgen van het bestuur van de 'veelvoudige functies' die de identiteitskaart systemen bezitten, dit alles heeft consequenties voor de sociale gerechtigheid.

Burgers identificeren speelt een sleutelrol binnen de eenentwintigste eeuw. In moderne tijden, bureaucratische administratie eist dat elk persoon zich kan identificeren om te verzekeren dat ze gemachtigd zijn om zichzelf burger te noemen. Zonder identificatie kan niemand zijn verantwoordelijkheid nemen, zoals stemmen, noch plezier hebben van de voordelen, zoals bescherming van externe of interne bedreigingen op het welzijn. Nieuwe identiteitskaart systemen zijn afhankelijk van elektronische infrastructuren en in het bijzonder van nationale registers. Daar ligt de echte macht van de surveillance, om de verschillende categorieën van groepen te discrimineren, voor een verschillende behandeling. Er zijn nog enkele andere veranderingen aan de gang: biometrie geeft de middelen aan voor wat wordt geclaimd als de beste en juiste manier van identificatie en verificatie, de identiteitskaarten hebben meerdere doelen, in deze zaak is niet alleen de overheid betrokken, ze identiteitskaarten moeten zowel nationaal als internationaal kunnen werken. De belangrijkste reden voor het gebruik van biometrie is dat terwijl pincodes en wachtwoorden vergeten kunnen worden, ons lichaam een consistent en een altijd aanwezige middel is voor identificatie. Er zijn ook enkele aspecten om ter discussie te stellen: wat zijn de echte drijfveren achter de identiteitskaarten, wie telt als een burger, hoe worden mensen ingedeeld, hoe kan sociale gerechtigheid worden bereikt in de controle van de ontwikkeling van de identiteitskaart. Lyon stelt dat mensenrechten vaak als minder belangrijk worden gezien dan de nationale veiligheid. Er zijn een aantal argumenten aangedragen om de identiteitskaarten in te voeren. Dit zijn onder andere: veiligheid na 9/11, grotere efficiëntie door e-government die hoge technologische oplossingen promoten, de mogelijkheden om het immigratie probleem tegen te gaan en de verontrusting over identiteit diefstal. De gevaren die hier door sommigen in worden gezien zijn bijvoorbeeld de onnodige expansie van de politie macht. Verder schrijft Lyon in zijn artikel dat het elimineren van terrorisme, de bestrijding van fraude en het bedwingen van immigratie afhangt van het opzetten van categorieën. Dus gevoelige zaken zijn de inzet in het onderscheiden van categorieën, en de software codes waardoor ze herkent zullen worden. De sociale sortering van de nieuwe identiteitskaarten raken de levens van de zwakste en meest gemarginaliseerde leden van de populatie. De nieuwe identiteitskaarten zijn erop gericht de uitzonderingen eruit te filteren. Voor hun is er geen veiligheid van het vangnet. Er is weinig aandacht voor de onschuldige individuen die in een negatief daglicht komen te staan. Enkele belangrijke vragen van critici rekenen op antwoorden: Is de oorlog tegen het terrorisme eigenlijk een oorlog tegen de immigranten? Voedt identiteit management 'digtal rule' en de coltrole cultuur? Wat is het gevaar van het gebruik van de identiteitskaarten voor zowel overheid gebruik als voor commerciële doelen? Hoe beïnvloedt de nieuwe identiteitskaart een eigentijds begrijpen van 'burgerschap'? De nieuwe identiteitskaart systemen zijn ontwikkeld zonder de database capaciteiten in het sociaal sorteren volledig te erkennen. Het is volgens Lyon nog onduidelijk of de nieuwe identiteitskaarten nog verder kunnen bijdragen bij alles wat er al is. Lyon sluit af met het advies dat we de negatieve kanten (marginaliseren van kwetsbare burgers) naast de positieve kanten (anti-terrorisme) van de identiteitskaarten moeten zetten en dan een goede afweging moeten maken.

Gastcollege 19 oktober 2009 - Ot van Daalen, Bits of Freedom - Privacy & Surveillance
Het gastcollege dat dit keer gegeven werd door Ot van Daalen, directeur van Bits of Freedom, was alweer de laatste in de reeks van gastcolleges. Van Daalen had afgelopen augustus de kans om Bits of Freedom weer op te pakken en heeft dit met beide handen aangegrepen. Bits of Freedom verdedigt de burgerrechten in de digitale wereld/informatie maatschappij. Van Daalen wil met Bits of Freedom een soort van beweging worden, de stem van de burgers. Van Daalen begon met het vertellen over de actie van Bits of Freedom die zij hadden gevoerd tegen Buma Stemra. Buma Stemra kwam namelijk met een nieuw voorstel om webloggers te laten betalen voor de muziekfilmpjes die op hun site staan (De Volkskrant 2009), hier was Bits of Freedom het niet mee eens. Op Twitter reageerde Bits of Freedom als volgend: "BUMA begrijpt internet nog steeds niet, zou goed aan doen niet-commercieel gebruik gratis te maken, petitie komt in nieuwsbrief" (Twitter 2009). Dit bericht werd snel door vele mensen opgepikt en er werd online samenwerkt aan een petitie tegen Buma Stemra. Later kwam Geen Stijl met de vraag of ze mochten linken naar de site van Bits of Freedom en of hun server dat aankon. Hierdoor kreeg de hele actie van Bits of Freedom nog veel meer aandacht. Bij de persconferentie van Buma Stemra werd Bits of Freedoms zelf geweigerd maar kregen ze buiten wel de kans om met de NOS te praten. Het was mooi om te zien hoe Van Daalen een groep mensen in actie had laten komen naar aanleiding van het bericht van Buma Stemra. Hierbij gaf  Van Daalen ook aan dat er goede instrumenten op het internet aanwezig zijn om met meerdere mensen aan een bepaalde petitie te werken. Als voorbeeld gaf hij hiervoor het online programma Comment (Flink).

Na deze inleiding begon Van Daalen met zijn stuk over Privacy & Surveillance. Hij stelde dat de overheid de gedachte had dat wat offline geldt, ook online geldt. Dit was volgens Van Daalen vanaf het begin al twijfelachtig. Onze vrijheid zou wel eens beperkt kunnen worden. Hiertegenover stelde Van Daalen de volgende gedacht: wat offline niet kan gelden, kan online wel gelden. Om zijn gedacht te illustreren kwam hij met een aantal treffende voorbeelden. We zouden ons niet kunnen voorstellen dat er vroeger op het postkantoor alles werd bijgehouden van wat we verstuurden en wat we ontvingen. Hierbij zouden we "moord en brand" hebben geschreeuw volgens Van Daalen. Nu gebeurt online precies hetzelfde maar dit gaat geruisloos. Het gaat Van Daalen ook vooral om het centraal opslaan van gegevens in plaats van het decentraal.

Ook is Bits of Freedom niet tegen technologie. Iedereen staat volgens Van Daalen met zijn gegevens ingeschreven in 250 tot 1000 databanken. Je hebt geen inzicht voor welke doeleinden ze gebruikt worden. Bits of Freedom komt voor dit probleem met de persoonsgegevens inzage machine - PIM. Volgens de wet bescherming persoonsgegevens moet een organisatie de betrokken burger in principe altijd informeren over de gegevensverwerking. Verder mogen persoonsgegevens alleen verzamelt en verwerkt worden als daar een goede reden voor is. Of als de betrokken burger toestemming heeft gegeven voor het gebruik van zijn gegevens. In de praktijk gebeurt dit volgens Van Daalen niet en biedt PIM hiervoor de uitkomst. Zo worden de burgers en organisaties bewust gemaakt van hun rechten en plichten. Van Daalen kwam verder met hoeveelheid naam, adres en woonplaats gegevens die maandelijks verstrekt worden door het CIOT, dit zijn er 250.000. Deze worden alleen aan de opsporingsdiensten verstrekt mits er een redelijke verdenking is. Maar wat is dan een redelijke verdenking? En waarom worden er zoveel gegevens opgevraagd? In dit systeem is totaal geen transparantie aanwezig. Uiteindelijk zal dit alles leiden naar de naakte mens. We worden totaal uitgekleed en niks blijft meer verborgen. En volgens de overheid is dit vooral wat we als burgers zelf willen, veiligheid staat op nummer 1. Maar helaas gaat dit volgens Van Daalen vaak ten koste van onze privacy. Van Daalen haalt een Duits onderzoek van de Vorratsdatenspeicherung aan waaruit blijkt dat 50% van de Duitsers nu al terughoudend zijn over wat ze bespreken over de telefoon. Ze hebben niets te verbergen maar zijn toch bang voor de controles die plaatsvinden. Van Daalen geeft aan dat de machtsbalans tussen de overheid en de burgers scheef is. De overheid weet alles over ons maar andersom is dit niet het geval. Wij hebben als burgers alleen de macht van de media. Dit bleek ook wel uit de reactie van Buma Stemra, zij weerden Bits of Freedom bij hun persconferentie. Toch wist Bits of Freedom zich in de kijker te spelen en een tegengeluid te geven. Maar als organisaties als Bits of Freedom steeds worden geweigerd bij belangrijke besprekingen bijvoorbeeld ook van het CIOT dan kunnen ze weinig bereiken en betekenen voor de burger.

Op de vraag uit het publiek of het al niet te laat was om deze strijd te strijden gaf Van Daalen aan dat hij niet wist of deze strijd nog te winnen was maar dat hij zijn uiterste best zou doen. Misschien is voor Bits of Freedom nog mogelijk om nuances aan te brengen en te vechten voor juridische en technische waarborgen. Al met al een bevlogen gastcollege met een duidelijke visie.

Persoonlijke Uiteenzetting
In het artikel van Lyon gaat het vooral over de komst van de nieuwe identiteitskaarten en de negatieve effecten daarvan. Het negatieve effect is volgens Lyon het marginaliseren van kwetsbare burgers en dan vooral die van de immigranten. In het artikel begrijp ik heel goed wat Lyon bedoeld met de 'controle cultuur', en hier kwam Van Daalen ook op terug in zijn gastcollege, maar begrijp ik niet helemaal het punt wat Lyon wil maken over immigranten. Misschien doelt hij op het feit dat deze mensen ook recht hebben op 'bescherming' en nu door de komt van de nieuwe identiteitskaarten snel gevonden en uitgezet kunnen worden. Lyon stelt dat mensenrechten vaak als minder belangrijk worden gezien dan de nationale veiligheid. Uit het gastcollege van Van Daalen kwam dit ook naar voren, de overheid bepaalt voor ons als burger wat er belangrijker is. De vraag is dan ook hoe veiligheid en privacy toch samen kunnen gaan. Het één hoeft het ander niet persé uit te sluiten, we moeten op zoek naar een evenwicht. Maar hoe kunnen we het evenwicht vinden als de overheid ons geen transparantie biedt over hun manier van handelen? Wat hebben we als burgers hier nog tegen in te brengen? Hoe kan de overheid de burgers beter bij dit proces betrekken? Het is goed dat er een organisatie bestaat als Bits of Freedom zij zorgen voor het tegen geluid vanuit de burgers. Verder denk ik dat veel burgers zich niet bewust zijn van de manier waarop ze tot in detail in beeld gebracht en gecontroleerd worden. Hier ligt denk ik voor de overheid de taak om meer informatie te verschaffen over dit onderwerp. Daarna kunnen burgers zich pas echt goed een mening vormen en meepraten over dit onderwerp. Wel vraag ik me af of in deze digitale cultuur de burgers het echt niet weten of juist niet willen weten.

De houding: "Ze mogen alles van mij weten want ik heb toch niks te verbergen" vind ik een naïeve gedachte. Hoogleraar kunstmatige intelligentie Lambert Schomaker maakt zich ook zorgen over de zorgeloosheid (Notten 2008). Volgens Schomaker leggen we heel veel macht in nieuwe technologie en is daar nog te weinig discussie over geweest. Dit kwam ook als vraag naar voren tijdens het gastcollege van Van Daalen. Worden de 250.000 maandelijkse naam, adres en woonplaats opvragen verwerkt door mensen of door computers? Hier kon Van Daalen geen antwoord op geven vooral ook omdat hier geen openheid over is. Maar stel dat deze aanvragen verwerkt worden door computers (wat mij door de hoeveelheid aannemelijk lijkt) dan denken wij erg positief over een systeem. Terwijl volgens Schomaker alle systemen kwetsbaar zijn, tot alle niveaus van encryptie. In het artikel 'Wie te hard loopt, is verdacht' uit de Volkskrant van 15 oktober 2009 las ik het volgende:
"In de lommerrijke omgeving van de voormalige vliegbasis Soesterberg onderzoekt Hogervorst daarom met Europees geld hoe het steeds dichtere woud van camera's in binnensteden, voetbalstations en luchthavens effectiever kan worden ingezet. Nu nog schakelen de beveiligers zelf tussen de beelden en besluiten zij welke personen extra aandacht verdienen. Met honderden camera's tegelijk is dat lastig. Het is handiger als de apparaten bepalen welk gedrag verdacht is en alleen daarvan beelden op de schermen in de controlekamer verschijnen." (Heck 6)
Hierbij vraag ik me af of camera's wel kunnen bepalen welk gedrag verdacht is. Bij de onderwerpen veiligheid en privacy komt vaak ook een deel ethiek kijken. Dit zou door de totale overname van computers komen te vervallen. Hebben wij als burgers een blind vertrouwen in de techniek? Dit is dan ook een naïeve gedachte!

Op het einde van het gastcollege kwam Van Daalen met het doem scenario van de Jodenvervolging. Doordat op elk Joods paspoort een J stond verliep het proces van het vervolging van Joden eenvoudig. Met dit voorbeeld wou Van Daalen aangeven dat we nu in deze tijd ook een infrastructuur aan het creëren zijn voor misbruik. En volgens Schomaker gaan we er altijd vanuit dat de overheid vriendelijk is, maar bedenk eens dat de overheid onvriendelijk zou zijn (Notten 2008). In het artikel van Lyon komt dit idee ook terug, het gaat vooral over 'social sorting'. Volgens Lyons zijn de gevoelige zaken de inzet in het onderscheiden van categorieën, en de software codes waardoor ze herkent zullen worden. De sociale sortering van de nieuwe identiteitskaarten raken de levens van de zwakste en meest gemarginaliseerde leden van de populatie. De nieuwe identiteitskaarten zijn erop gericht de uitzonderingen eruit te filteren. Voor hun is er geen veiligheid van het vangnet. Lyon gaat hier heel specifiek in op de identiteitskaarten terwijl Van Daalen het probleem breder trekt. Het startpunt zou moeten zijn dat de privacy gegarandeerd is en niet dat dit pas aan het einde wordt toegepast. Privacy moet een deel worden van het systeem.

Waar het Lyon vooral gaat om de voordelen en de nadelen van de identiteitskaart naast elkaar te zetten, komt Bits of Freedom ook met adviezen omtrent dit thema. Zij pleiten bijvoorbeeld voor een meldplicht voor datalekken, zonder deze plicht zullen organisatie het niet melden vanwege 'image' schade en daarnaast zal er zonder deze meldplicht meer data fraude plaats vinden. Ook wil Bits of Freedom bevoegdheden van het inzien van gegevens tijdelijk maken. Dit proces mag pas gecontinueerd worden als er aangetoond is dat het effect heeft gehad. Want de overheid kijkt vooral naar de voordelen en let weinig op de risico’s. En dat, terwijl de voordelen niet bewezen zijn. Als conclusie kan ik stellen Bits of Freedom eigenlijk niet tegen het centraal opslaan van persoonlijke gegevens is, mits dit systeem waterdicht zou zijn. Maar dit is nog zeker niet het geval, privacy is niet gegarandeerd. De strijd van Bits of Freedom is daarom nog niet gestreden.


Literatuur
“Buma/Stemra wil geld voor muziek op blogs.” De Volkskrant. 2 oktober 2009. 24 oktober 2009. <http://www.volkskrant.nl/multimedia/article1297594.ece/Buma%2FStemra_wil_geld_voor_muziek_op_blogs>.

Flink, John W. Comment. You Comment, Businesses Listen. 2008. 24 oktober 2009 <http://www.comment.com/>.

Heck, Wilmer. “Wie te hard loopt, is verdacht.” NRC Handelsblad 15 oktober 2009, 6.

Lyon, David. “National ID Cards: Crime-Control, Citizenship and Social Sorting.” Oxford Journals Volume 1, Number 1 (2007): 111-118. 24 oktober 2009 <http://policing.oxfordjournals.org/cgi/content/short/1/1/111>.

“Meinungen der Bundesburger zur Vorratsdatenspeicherung.” Vorratsdatenspeicherung. Forsa. 2008. 24 oktober 2009  <http://www.vorratsdatenspeicherung.de/images/forsa_2008-06-03.pdf>.

Notten, Tjerk. “‘Burgers zijn te makkelijk’.” Universiteitskrant Groningen 12, Jaargang 38 (2008): 18 oktober 2009 <http://www.uk.rug.nl/archief/jaargang38/12/02a.php>.

Ot van Daalen. Twitter. Bits Of Freedrom. 31 oktober 2009. 24 oktober 2009 <http://twitter.com/bitsoffreedom>.

 “Wet bescherming persoonsgegevens.” Opsporing en handhaving. 2006. College Bescherming Persoonsgegevens. 18 oktober 2009 <http://www.justitie.nl/onderwerpen/opsporing_en_handhaving/wbp/>.

COMMENTAAR OP MIJN LOGBOEK 2


Commentaar van Mirre van Tilburg

Week 2: Je geeft aan dat je persoonlijke ervaringen hebt met online games. Betekent dit dat je het eens bent met de boodschap van René Filius? Vind je het een goede ontwikkelingen om meer games in het onderwijs in te voeren? Het is voor mij nog niet helemaal duidelijk hoe je denkt over de inhoud van het gastcollege. Je geeft een goede beschrijving, maar ik mis je waarde oordeel? Dit hoeft niet extreem te zijn, maar je zegt af en toe dingen waarbij ik me afvraag hoe je er zelf over denkt. 

Week 3: Je maakt een erg duidelijk onderscheid tussen drie onderdelen: de literatuur, het hoorcollege en je eigen mening. Hoewel dit zorgt voor structuur, is het volgens mij juist de bedoeling om deze aspecten met elkaar te combineren. Dan krijg je één lopend verhaal waarin je je eigen mening geeft bij dingen die er gezegd zijn (in de beschrijving van het hoorcollege maak je hier al een goed begin mee, maar het zou van mij helemaal gecombineerd mogen). Je mening kun je dan ondersteunen met behulp van de literatuur.

Week 4: Volgens mij is je bronvermelding niet compleet. Als je in de lopende tekst een naam noemt, moet je hier volgens mij nog wel het jaartal van het werk dat je gebruikt achterzetten. Ik zou dit even nakijken en verbeteren als het nodig is. Ook dit stuk zou ik even nalezen op typ/spel fouten ( Je hebt het over een ‘een spel die…’, dit moet zijn ‘een spel dat….’). In je persoonlijke uiteenzetting begin je met je mening te geven, dat is natuurlijk goed! Wat ik jammer vind is dat je vervolgens als argument geeft: ‘dit lijkt me sterk’. 


Week 5: Google heeft Youtube tot een economisch model gemaakt die gebaseerd is op deelname maar faalt in de 2.0 test omdat gebruikers alleen mogen uploaden en niet mogen downloaden. Je hebt het hier over ‘die’ model, volgens mij moet dit ‘dat’ zijn. Ik kom nog meer van dergelijke spel/typ fouten tegen (je schrijft een keer ‘zit’ ipv ‘dit’, ‘gegeneerd’ is volgens mij geen woord etc.). Ik zou het nog even goed doorlezen en verbeteren. Je tekst is inhoudelijk goed, maar wel erg lang! Je zou het kunnen inkorten door bijvoorbeeld de bespreking van de drie afbeeldingen van tv-cultuur weg te laten. Dit is wel interessant, maar je beschrijft het hoorcollege wel erg uitgebreid. Dit is naar mijn idee niet per sé nodig. Hoewel ik vind dat je het erg goed en uitvoerig hebt beschreven, vind ik het nog wat te beschrijvend. Het is en goede uiteenzetting van de literatuur en het hoorcollege, maar ik mis je inhoudelijke mening. Het is duidelijk hoe je denkt over Mueller en zijn verhaal, maar je zou uitgebreider mogen vertellen hoe jij over bepaalde standpunten denkt. Je geeft wel je mening, maar misschien heb je nog kritische vragen/standpunten? 

Algemeen: Ik vind dat je blog er goed uitziet. Je vult het aan met leuke en relevante dingen. Je beschrijft alles goed en het is duidelijk dat je goed hebt opgelet tijdens de college en weet wat er in de literatuur verteld is. Wat ik jammer vind is dat het soms lijkt alsof je je mening niet durft te geven. Ik heb weinig kritieken gelezen en ik denk niet dat je het met iedereen eens bent geweest? Je legt erg veel uit wat bepaalde mensen denken en zeggen, maar je bent niet altijd duidelijk in wat jij vindt en denkt. Dit zou nog wat meer (beargumenteerd) naar voren mogen komen. Het maakt niet uit dat je iemand tegenspreekt, zolang je dit beargumenteerd doet is het juist heel interessant! Let wel echt op je spelling, want ik ben veel verkeerde lidwoorden/spelfouten/typfouten tegengekomen. Laat het anders door iemand anders doorlezen zodat die persoon je erop kan wijzen. Ik vind het goed dat je de werkcolleges nog eens beschrijft, je doet nog meer dan dat er eigenlijk van je gevraagd wordt! Dit vind ik erg goed en het komt erg ijverig over. Over het algemeen een erg goede en uitgebreide blog. Je hebt er duidelijk veel aandacht en tijd aan besteed.  

Mijn reactie hierop:
Wederom een feedback waar ik gericht mee aan de slag kan gaan. Een gedeelte van het commentaar komt overeen met het commentaar wat ik kreeg van Mirjam van der Veldt. Hierbij gaat het dan vooral om spel en zinsbouw fouten en de kritische academische onderbouwing van mijn mening. Dit geeft dus wel aan dat ik daar nog eens gericht naar moet kijken. Zelf ben ik van mening dat ik wel degelijk mijn mening durf te geven over de onderwerpen die behandeld zijn. Misschien komt dit dan niet duidelijk genoeg naar voren en moet ik deze kritieken een prominentere rol laten spelen. Wat betreft de bronvermelding, dit dient ook nog zeker aandacht te krijgen. Ik moet de handleiding die Mirjam mij bij haar commentaar heeft aanbevolen nog eens goed doorwerken en dit dan toepassen op mijn eigen bronnen. Ik ga met dit alles hard aan de slag!