Tijdens het eerste werkcollege hebben we de in het hoorcollege bekeken film, 12 Angry Men (1957), besproken. De film gaat over een jury die moet gaan beslissen of een jongen schuldig is aan de moord op zijn vader. Één jurylid is vanaf het begin niet overtuigd van de jongen zijn schuld terwijl de rest dit zonder enige discussie wel is. Wanneer er één jurylid tegen is betekend dit dat het niet tot een veroordeling zal komen. Hoe gaan deze mannen dit oplossen? Ze zullen elkaar moeten overtuigen van elkaars mening. De film geeft dit 'spel' op een prachtige wijze weer.
Aan de hand van deze film bespraken we hoe belangrijk lichaamstaal kan zijn tijdens een discussie of een debat. Alle juryleden hadden kenmerkende gedragingen die we kritisch konden bekijken. Voor de analyse hadden de meesten van ons, net als ik, gekozen voor het jurylid die als eerste onschuldig stemt. Aan de hand van zijn vertoning kon ik nog een aantal toevoegingen doen aan mijn lijst van ground rules voor het debat. Het gaat bij dit jurylid vooral om zijn rustige houding en het gebruik van goede argumenten. Gezamenlijk hebben we een aantal belangrijke ground rules besproken. Hierbij kwam ook de rol van de voorzitter naar voren. In de film is deze rol niet neutraal en mag de voorzitter zelfs zijn stem uitbrengen. Misschien wordt de rol van de voorzitter soms onderschat maar ik denk dat het één van de belangrijkste rollen is binnen een debat. Hierdoor krijgt een debat structuur, krijgen alle sprekers de kans om hun argumenten naar voren te brengen en zal er niet afgeweken worden van de stelling.
Daarna was het tijd om onze eigen stelling binnen 1 minuut te poneren. Aangezien er geen tijd was om iedereen aan de beurt te laten werden er acht mensen uitgekozen. Hier was ik er één van en mijn stelling luidde "Door hyves is het begrip vriendschap overtrokken." Achteraf kreeg ik van de voorzitter het commentaar dat ik met betere argumenten had kunnen komen en hier was ik het mee eens. Ik had me moeten realiseren dat feitelijke argumenten meer impact hebben om te overtuigen dan persoonlijke of emotionele argumenten. Aangezien er geen onderzoek is gedaan naar dit onderwerp had ik beter een andere stelling kunnen kiezen. Een stelling waar ik mijn mening meer met feitelijke argumenten had kunnen onderbouwen. Maar al doende leert men en dit neem ik mee naar de volgende werkcolleges.
Aan de hand van het artikel van Liesbeth Levy dienen we nog een kritische blik te werpen op onze eigen geformuleerde ground rules.
Het huidige politieke debat in Nederland is er één geworden van patsers. Daarnaast spreekt men in dit artikel van een participatieparadox, burgers krijgen steeds meer mogelijkheden om mee te participeren in de democratische processen maar alleen witte mannen van boven de veertig maken hier gebruik van. Als oplossing hiervoor wordt de dialoog aangedragen deze is voor de gewone mens toegankelijk. Maar Levy ziet hier geen oplossing in volgens haar ondermijnt het hiermee ook de kritische toetsing van burgers van het politiek beleid. Het publieke debat moet als contrapunt voor de politiek worden gezien.
Daarnaast onderscheid Levy twee verschillende typen van debatteren: Romantisch en Klassiek debatteren. Bij het Romantische debat draait alles om het gevoel en bij het Klassieke debat juist om de waarheidsvinding. Levy is van mening dat deze twee vormen van debat niet zonder elkaar kunnen, ze leveren kennis op die juist in combinatie bijdragen aan het onderscheidend vermogen. Elite en massa, academie en straat moeten weer bij elkaar gebracht worden daarmee zal het publieke debat aan kwaliteit winnen.
Na het lezen van dit artikel heb ik mijn eigen ground rules nog eens doorgelezen en daar staan regels die slaan op de meer Romantische manier van debatteren zoals overtuigingskracht, zelfverzekerdheid, lichaamshouding en oogcontact. Evenzeer staan er ook regels die slaan op de meer Klassieke manier van debatteren zoals goede inleiding, goede argumenten, de boodschap aanvallen in plaats van de boodschapper, stelling centraal laten staan. Ik ben ook van mening dat een combinatie van deze twee manieren van debatteren een beter resultaat oplevert. Het een kan de ander ondersteunen, de passie binnen een debat helpt de argumenten (die al sterk zijn) aan overtuigingskracht te winnen. Levy heeft mij ook een ander doel van het publieke debat laten zien, het publieke debat als contrapunt voor de politiek. Het gaat hier dan ook niet zozeer over de debat regels op zich maar meer over wie er deelneemt aan dit politieke debat. Hier pleit Levy ook voor een samenkomst van straat en academie, vorm en inhoud. Dit geeft mij een andere kijk op het hedendaagse politieke debat in Nederland met patserige mannen zoals Wilders.
maandag 21 september 2009
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten