dinsdag 3 november 2009

REFLECTIE OP DE CURSUS

Ik zal de cursus reflecteren aan de hand van een aantal sub onderdelen.

Gastcolleges
Tijdens de gastcolleges was er een gevarieerd aanbod van sprekers. Ook al was het college de ene week inhoudelijk beter dan de ander, toch werd ik steeds weer geprikkeld om na te denken over het thema van die week. Ook doordat je deze informatie weer mee kon nemen naar het groepsdebat. Vaak vond ik de verplichte en aanbevolen literatuur goed bij het onderwerp aansluiten. Voor het gastcollege van Tim Kuik moesten we het artikel lezen van McLeod. Dit artikel gaf juist een tegenovergestelde kijk op het auteursrecht dan wat Kuik later in zijn gastcollege betoogde. Hieruit blijkt dat online auteursrecht een gevoelig onderwerp is en er niet een kant en klare oplossing te vinden is.

De artikelen, het gastcollege en je eigen onderzoek rondom het thema boden mij een brede context om de gastcolleges kritisch te bespreken. Wel vond ik het soms lastig om deze drie elementen goed met elkaar te verenigen. Dit was voor mij de eerste keer om op een 'academische' manier een betoog te schrijven. Door deze cursus leer je een eigen mening te vormen binnen een bepaald thema en moet je jezelf steeds dwingen kritisch te blijven. Bij mezelf heb ik gemerkt dat ik me niet kon houden aan de maximale aantal woorden, ik heb toch meer woorden nodig om een duidelijk verhaal te maken.

Verder vond ik het lastig om vooraf een vraag te formuleren voor het gastcollege. Vaak werden de meeste vragen al wel beantwoord tijdens de presentatie, of waren de vragen ineens niet meer relevant doordat ze teveel afweken van het betoog wat gehouden werd door de gastspreker.

Werkcolleges
De werkcolleges kenden een open karakter, er kon vrijuit gesproken worden en er hing een ongedwongen karakter. Daarentegen was er de mogelijkheid om kritisch naar elkaar te zijn, waar iedereen naar mening ook voor open stond. Tijdens een werkcollege waar een andere werkgroep aanwezig was en kritiek leverde op onze groep, openbaarde zich bij ons ook een soort 'groepsgevoel'.

Door de evaluatie van een debat binnen het werkcollege weet je waar je op moet letten tijdens een debat. Het gaat duidelijk niet altijd om wat je zegt maar ook hoe je het zegt. Dit refereert ook weer terug naar de groundrules uit de eerste week. Eigenlijk zijn we daarna nooit duidelijk terug gekomen op de groundrules, misschien omdat deze als vanzelfsprekend werden gezien. Ook ben ik gaan inzien wat het belang van het gebruik van bronnen binnen een debat is. Door het gebruik van bronnen kan je je argumenten meer kracht bijzetten en de tegenstanders overdonderen.

Bij aanvang dan deze cursus kreeg ik wel even de kriebels bij de gedachte dat ik straks debatten moest gaan voeren. Achteraf gezien is de cursus goed opgebouwd, leer je steeds een stap verder te gaan en kan je goed voorbereid aan een debat beginnen. Toch blijf ik het lastig vinden om een kant van een debat te verdedigen als je er persoonlijk niet achterstaat. Echter heb ik wel geleerd dat je door een goede voorbereiding je toch kan inleven in de kant waar je eigenlijk niet achterstaat. Ik denk ook dat hoe vaker je een debat voert hoe 'makkelijker' het gaat. Door het debatteren regelmatig in de praktijk te brengen en vaak naar andere debatten te kijken leer je veel. Je kan een debat dan qua inhoud en vorm helemaal je eigen maken.

Het bijhouden van de blog heb ik ervaren als positief en negatief. Positief vond ik het dat je hierdoor gedwongen werd kritisch na te denken over de thema's. En ik vond het eigenlijk ook gewoon leuk om posts te schrijven. Negatief vond ik het dat je door de hoeveelheid aan posts al snel achterloopt en de moed je soms in de schoenen zakt als je ziet hoeveel je nog moet doen. Daarbij vond ik het jammer het 'online' staan van de blog niet echt gebruikt werd. Het zou interessant zijn om deze functie beter te benutten misschien door elkaar vaker van feedback te voorzien, of om gewoon inhoudelijke toevoegingen te doen bij een bericht van iemand. Op het einde moet je ook alsnog een papieren versie van je blog inleveren, ik snap dit wel vanuit het oogpunt van het lezen en nakijken, maar het gaat dan wel voorbij aan de oorspronkelijke opzet van onze blog.

Docent
Asher had als docent tijdens elk werkcollege een kritische houding, wat ik als prettig heb ervaren. Hierdoor werden er voor mijn gevoel ook wel goede inhoudelijke debatten gevoerd. Verder kon hij veel achtergrond informatie verschaffen en bekeek hij de onderwerpen vanuit een nog bredere context dan ons. Hierdoor kon hij ons goede tips qua literatuur geven. We bespraken ook hoe je de gastcolleges kon analyseren, hier gaf Asher ons de methode van claim, evidence, warrant en qualifications voor. Dit vond ik een goede toevoeging omdat je zo gestructureerd een gastcollege kan analyseren.

Ik kreeg in het begin het gevoel dat Asher door zijn leeftijd al snel als 'een van ons'  werd gezien. Dat kan positief zijn, denk hierbij aan de ongedwongen sfeer waarin iedereen zijn mening durft te geven, maar het kan ook de negatieve kant opslaan waardoor hij zijn autoriteit verliest. Al met al vond ik wel dat Asher hier goed mee om ging. Het was duidelijk dat wij door onze input als groep de cursus tot een succes moesten maken, Asher was hierbij de sturende factor.

Plenair Einddebat
Het einddebat had een hoge amusementswaarde, ik heb me zeker vermaakt, maar het debat miste inhoud. Het werd tijdens deze debatten zichtbaar dat de vorm heel erg belangrijk is binnen een debat. Doordat het een voorwaarde was dat iedereen mee kon participeren was de tijd per debat te kort. Hierdoor kwamen de debatten niet echt tot een hoog niveau. Wat ik me voor zou kunnen stellen is dat elke werkgroep één of twee debat groepen naar voren schuift en deze laat debatteren tijdens het einddebat. Ook zou ik graag van te voren hebben geweten of ik voor of tegen de stelling was. Zo had iedereen zich denk ik beter kunnen voorbereiden, wat ook weer meewerkt aan een goed debat. De voorzitters waren tijdens het debat niet echt een meerwaarde en zeker twee voorzitters tegelijk niet. Hier hebben we het tijdens het laatste werkcollege al over gehad. De voorzitter zou eigenlijk meer betrokken moeten worden bij het proces van het einddebat. Zodat hij ook inhoudelijk weet waar de groepen het over zullen gaan hebben en hij of zij een goede inleiding kan geven. Als laatste wil ik nog even de rol van publiek als jury aankaarten. Het was jammer dat het publiek niet 'objectief' was en vooral stemde op gevoel en op werkgroep. Misschien kan je wanneer je minder mensen laat mee debatteren een soort jury van tien mensen samenstellen die alleen deze rol vertolken. En dat ze achteraf hier weer verslag over moeten uitbrengen tijdens het werkcollege. Ook al was de inhoud soms ver te zoeken, het was wel een prettige afsluiting van deze cursus.


Literatuur
McLeod, Kembrew. “Confessions of an Intellectual (Property): Danger Mouse, Mickey Mouse, Sonny Bono and My Long and Winding Path as an Activist-Scholar.” Journal of Popular Music & Society vol 28 2005. p. 79-92.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten